profiel

DRIE OPMERKINGEN OVER DE INTERIEUROPGAVE (2007)

1. Een bescheiden maar diepgaande opgave.
Het ontwerpen van een woninginterieur is een bescheiden opgave, maar ook een opgave met een lange ontwerpgeschiedenis en ideeëngeschiedenis. De inzet is steeds opnieuw de vraag: hoe te wonen? Het kan gaan over "het" wonen in het algemeen, of over een specifieke, plaats-, tijd- en persoonsgebonden manier van wonen. Juist in het interieur gaat het erom dat mensen "zichzelf kunnen zijn", en de architectuur van het interieur kan als gebaar de treffendste uitdrukking zijn van de ruimte die een persoon wil innemen in de wereld. Het interieurontwerp is dus een bescheiden maar diepgaande en in zekere zin intieme opgave.

2. Een intensieve relatie met de opdrachtgever.
De architect heeft een directe relatie met de opdrachtgever die tevens de bewoner is. Deze onmiddellijke relatie tussen architectuur en wonen lijkt vanzelfsprekend maar is dat niet. In de woningbouw worden architect en bewoners meestal door tal van tussenpersonen van elkaar gescheiden; de relatie tussen architectuur en wonen is afstandelijk geworden, gestandaardiseerd en geanonimiseerd. Bij individuele opdrachtgevers, en vooral in het interieur, kan direct worden geconcentreerd op het wonen. De relatie van ontwerper en opdrachtgever is intensief en dikwijls confronterend. Hun posities zijn verschillend, maar bij voorkeur gelijkwaardig. De uitkomst is een interieur met een onmiskenbaar eigen karakter.

3. Het interieur als herschepping van het bestaande.
Interieurontwerpen worden vaak gerealiseerd in een bestaande woning (of casco). De opgave bestaat er niet uit het scheppen van een geheel nieuwe wereld, maar uit het herscheppen van het bestaande. Binnen de bestaande grenzen, gebruikmakend van soms verborgen kwaliteiten, en op zoek naar mogelijkheden om de bestaande beperkingen te overstijgen. Het ontwerp herdefinieert de relatie tussen het bestaande en het nieuwe.